In dit artikel Palomino Fino: 95% van de aanplant en de neutrale ruggengraat
Editorial brutalist illustratie van drie druiventrossen boven albariza-bodem onder de Andalusische zon

Sherry-druiven: Palomino, Pedro Ximénez en Moscatel

11 mei 2026 · 8 min leestijd

Druivenras bijgewerkt 11 mei 2026

Eén regio, drie druiven, drie compleet andere rollen. In Marco de Jerez staan officieel maar drie sherry druiven toegestaan: Palomino Fino, Pedro Ximénez en Moscatel. Ze delen dezelfde witte kalkbodem, dezelfde Atlantische wind en dezelfde bodega’s, maar het eindresultaat loopt uiteen van knochtdroge fino tot stroperige PX van veertig jaar oud.

Deze gids legt uit wat elke druif doet, waarom Palomino zo overweldigend dominant is, hoe Pedro Ximénez op rieten matten in de zon ligt te drogen en waar Moscatel zijn aromatische niche vindt. Plus: welke druiven zijn verdwenen na phylloxera en wat doen producenten als Equipo Navazos, Luis Pérez en Ramiro Ibáñez vandaag om die geschiedenis terug op het etiket te krijgen.

Palomino Fino: 95% van de aanplant en de neutrale ruggengraat

Palomino Fino beslaat ongeveer 95% van de aanplant binnen de DO Jerez-Xérès-Sherry. Bijna elke fino, manzanilla, amontillado, palo cortado en oloroso die je drinkt, begint als pure Palomino. Dat lijkt vreemd voor een druif die op zichzelf weinig aroma levert. Juist dat is de kracht.

De wijn die Palomino oplevert na alcoholische gisting smaakt vlak: weinig zuren, weinig fruit, weinig geur. Een blanco canvas. Pas wanneer de jonge wijn op stalen alcohol komt en in een halfvolle bota onder een laag flor-gist gaat liggen, begint het werk. De flor verteert glycerol, alcohol en residueel suiker, en produceert acetaldehyde, sotolon en de typische amandel-, deeg- en zilte tonen. Een aromatische druif zou die signatuur overschreeuwen.

Palomino past ook biologisch perfect bij de albariza, de witte krijtgrond rond Jerez de la Frontera, El Puerto de Santa María en Sanlúcar de Barrameda. Albariza houdt winterregen vast als een spons en vertraagt waterverlies tijdens de hete poniente-zomers. De druif rijpt langzaam, met matige suikers (rond 11, 12% potentiële alcohol) en lage zuurgraad. Voor tafelwijn een nadeel; voor een wijn die later op 15% wordt versterkt en jaren onder flor moet overleven, exact wat je zoekt.

De variëteit werd pas dominant ná de phylloxera-uitbraak in Jerez (vanaf 1894). Bij heraanplant op Amerikaanse onderstammen bleek Palomino het hoogste rendement én de meest betrouwbare basis voor het solera-systeem te leveren. De rest van het pre-phylloxera-mengsel verdween grotendeels.

Een laatste detail: “Palomino Fino” is niet hetzelfde als “Palomino de Jerez” of het oudere “Listán”. DNA-onderzoek bevestigt dat Palomino Fino de Jerezaanse selectie is van de bredere Listán-familie en bijvoorbeeld de moederdruif van Listán Negro op de Canarische Eilanden. Buiten Jerez heet dezelfde druif vaak simpelweg Listán Blanco.

Pedro Ximénez: de zonnedruif uit Montilla-Moriles

Pedro Ximénez, kortweg PX, is de zoete tegenhanger. In Marco de Jerez zelf vertegenwoordigt PX ongeveer 1 tot 5% van de aanplant, geconcentreerd in warmere binnenlandse percelen rond Jerez Superior. Echte schaal heeft de druif pas in de naburige DO Montilla-Moriles, ten zuiden van Córdoba, waar PX ruim de meerderheid van de witte aanplant vormt.

Over de oorsprong bestaat al eeuwen ruzie. De romantische versie zegt dat een Vlaamse of Duitse soldaat genaamd Peter Siemens de druif in de zestiende eeuw vanuit de Rijn naar Andalusië bracht (Ximénez = de Spaanse verbastering). Moderne DNA-microsatelliet-analyse vindt daar geen steun voor: PX clustert duidelijk bij Mediterrane druivenpopulaties, niet bij Duitse of Hongaarse cultivars. Een vroege import vanuit de Canarische Eilanden of een lokale mutatie binnen Andalusië is waarschijnlijker.

Wat PX uniek maakt is niet de wijngaard, maar wat ná de oogst gebeurt.

Het soleo-proces: druiven drogen onder de Andalusische zon

Soleo is de traditionele methode om de suikers in de druif te concentreren door zonnedroging in de open lucht. De geoogste trossen liggen op matten van esparto-gras (een taaie steppegrasvariëteit uit Andalusië) op een open veld naast de wijngaard. Daar blijven ze liggen tussen de zeven en twintig dagen, afhankelijk van het weer en het gewenste suikerniveau.

Overdag verdampt water uit de bessen onder een directe zon van 35 graden of meer. ’s Nachts dekken de boeren de matten af met canvas tegen dauw en regen. De druif krimpt tot een rozijn. Het suikergehalte stijgt van rond 12 graden Baumé bij oogst tot 28 à 35 graden Baumé na droging, wat overeenkomt met ruim 450 gram suiker per liter most. Pas dan gaan de druiven naar de pers.

De gisting start spontaan, maar stopt vrijwel meteen omdat de gisten het zo extreme suikermilieu niet aankunnen. De most wordt licht versterkt met wijnalcohol om verdere gisting definitief te blokkeren, en gaat vervolgens jarenlang in de solera. Het resultaat: een inktzwarte, stroperige wijn met 350 tot 450 gram restsuiker per liter, smakend naar gedroogde vijgen, walnoot, koffie, drop en oude balsamico.

PX speelt twee rollen in de bodega. Pure PX-sherry (vaak 12, 15, 20, 30 of 50 jaar oud) wordt apart gebotteld. Daarnaast dient PX als zoetcomponent voor cream-, medium- en pale cream-blends, en geeft kleur en zoet aan oudere oloroso-edities die als “dulce” of “abocado” op de markt komen.

Moscatel: de aromatische underdog

Moscatel is met minder dan 1% van de aanplant in Marco de Jerez de zeldzaamste van de drie. De variëteit die hier groeit is specifiek Moscatel de Alejandría, oftewel Muscat of Alexandria, een van de oudste gedocumenteerde druiven uit de Mediterrane bekken.

Anders dan Palomino is Moscatel uitgesproken aromatisch. Verse Moscatel ruikt naar oranjebloesem, kamperfoelie, jasmijn en gele perzik, met een ondertoon van witte muskaatdruif en honing. Die parfumerie blijft, ook na versterking en jaren in fust. Daarom wordt Moscatel zelden ingezet voor klassieke biologische rijping onder flor (de aroma’s zouden de flor-signatuur verstoren), maar wel voor aparte zoete sherries en voor blends waar je een floraal karakter zoekt.

De druif vindt zijn niche aan de Atlantische kust rond Chipiona, ten westen van Sanlúcar. Daar staan zandige percelen, soms vlak achter de duinen, met directe blootstelling aan de aflandige Atlantische wind. Het zand drineert snel en houdt nauwelijks nutriënten vast, wat de Moscatel dwingt tot lage producties en geconcentreerde aroma’s. Phylloxera kreeg op zandgrond bovendien minder grip, waardoor sommige percelen rond Chipiona nog op originele wortels staan.

Net als bij PX worden de Moscatel-druiven vaak licht gedroogd via soleo, al duurt de droogperiode korter (drie tot zeven dagen) en is het doel meer concentratie dan totale verrozijning. Pure Moscatel-sherry komt op de markt als “Moscatel” sec, of als zoete versie naast PX in dezelfde leeftijdscategorieën (12, 20, 30 jaar). De stijl is rond, druivig, met witte bloemen en gekonfijte sinaasappelschil; minder zwaar dan PX, maar net zo zoet.

Verdwenen druiven: Listán, Mantúo, Vijariego en Cañocazo

Vóór de phylloxera-plaag van 1894 telde de Marco de Jerez minstens acht witte druivenrassen in serieuze aanplant. Naast Palomino en Pedro Ximénez stonden er Listán de Jerez, Mantúo Castellano, Mantúo de Pilas, Vijariego (ook Vejeriega of Bejariego genoemd), Cañocazo, Albillo Castellano en Beba.

De zogenoemde “vinos de mantúo” waren zoete, vaak onversterkte witte wijnen op basis van Mantúo Castellano of Mantúo de Pilas, met meer aromatische lift en hogere zuren dan de moderne sherry. Vijariego en Cañocazo gaven structuur en frisheid aan blends. Listán de Jerez stond bekend om iets meer karakter dan de huidige Palomino Fino.

Na de phylloxera koos het Consejo Regulador de pragmatische route: heraanplant op Amerikaanse onderstammen met de variëteiten die het hoogste rendement en de meest voorspelbare flor-rijping leverden. Dat werd Palomino Fino, met PX en Moscatel als kleine satellieten. De rest verdween uit de productiestatistieken.

De afgelopen vijftien jaar hebben enkele producenten die geschiedenis weer opgegraven. Equipo Navazos (het collectief van Eduardo Ojeda en Jesús Barquín), Luis Pérez en zijn zoon Willy Pérez van Bodegas Luis Pérez, en de viticultor en historicus Ramiro Ibáñez van Cota 45 hebben oude pre-phylloxera-percelen geïdentificeerd en hier en daar Vijariego, Cañocazo en Mantúo opnieuw aangeplant. Hun “vinos de pasto” en “vinos de pago” wijken bewust af van de DO-regels: onversterkte Palomino, single-vineyard bottelingen en experimenten met de oude variëteiten, vaak met een gravelvermelding in plaats van een bodega-naam. Niet altijd voor de DO Jerez bruikbaar, vaak wel verkocht onder Vino de la Tierra de Cádiz.

Welke druif maakt welke stijl sherry?

StijlDruifRijping
Fino, ManzanillaPalomino Fino (100%)Biologisch onder flor, min. 2 jaar
AmontilladoPalomino FinoEerst onder flor, dan oxidatief
Palo CortadoPalomino FinoKorte flor, daarna oxidatief
Oloroso (seco)Palomino FinoVolledig oxidatief, geen flor
Pedro XiménezPedro Ximénez (100%)Oxidatief, zonnedroogde druiven
MoscatelMoscatel de Alejandría (100%)Oxidatief, vaak licht zonnedroogd
Cream, Medium, Pale CreamPalomino + PX (en/of Moscatel)Blend van droog en zoet

De droge stijlen zijn altijd 100% Palomino. De zoete stijlen zijn altijd 100% PX of 100% Moscatel. De blends in het cream-segment combineren een droge oloroso of fino-basis met PX of Moscatel als zoetcomponent.

Wie net begint met sherry, proeft idealiter een fino, een amontillado, een oloroso seco en een PX naast elkaar. Vier glazen, één druif (Palomino) voor de eerste drie, één druif (PX) voor de laatste, en het hele spectrum van knochtdroog en zilt tot bijna stroperig zoet ligt op tafel. Dat is wat sherry tot wijn maakt: niet de dessertcategorie waarin het supermarktschap het wegduwt, maar een wijngebied met drie druiven, twee aging-paden en zeven officiële stijlen.

Bronnen

  1. Liem, Peter & Barquín, Jesús. Sherry, Manzanilla & Montilla: A Guide to the Traditional Wines of Andalucía. Manutius Press, 2018.
  2. Jeffs, Julian. Sherry (5th edition). Mitchell Beazley, 2004.
  3. Consejo Regulador del Vino y Brandy de Jerez, statistische jaarverslagen aanplant en oogst, www.sherry.wine.
  4. Consejo Regulador de la Denominación de Origen Montilla-Moriles, www.montillamoriles.es.
  5. OIV (International Organisation of Vine and Wine), Vitis International Variety Catalogue, www.vivc.de (Palomino Fino, Pedro Ximénez, Muscat of Alexandria).
  6. Equipo Navazos, projectdocumentatie en bottelingen via www.equiponavazos.com.