In dit artikelTwee maanden die je terugproeft

← Home·Blinde proeverij·Wijnrecensie·5 min lezen·

De Boe Rosé Brut 2024: elf maanden maken verschil

De tweede Zeeuwse bubbel van Wijndomein De Boe lag elf maanden op de gist in plaats van negen. Wat dat doet, en wat er nog steeds niet klopt aan het etiket.

Jeroen Vonk
Jeroen VonkWSET Level 3 · CIVC Level 4
Fles Wijndomein De Boe Rosé Brut 2024 naast een glas koperkleurige mousserende wijn, geheven voor een proost

De mousse is het eerste verschil. Vorig jaar prikte die nog los van de wijn, alsof de bubbels er op het laatste moment bij waren gekomen. In dit glas is het één ding geworden: romig, fijn, en het blijft hangen op het gehemelte in plaats van meteen weg te vallen.

Dit is de De Boe Rosé Brut 2024, de tweede mousserende van Wijndomein De Boe op Walcheren. Bruno Suter stuurde de fles op. De eerste jaargang kocht ik zelf op het domein en daarover schreef ik dat hij levendig was maar nog wat diepgang miste. Die zin mag weg.

Twee maanden die je terugproeft

Negen maanden lag de 2023 op de gist. Deze 2024 lag er elf. Dat klinkt als een detail en het is het belangrijkste wat er aan deze fles veranderd is.

Rijping op de gist, sur lie, betekent dat de wijn na de tweede gisting op de dode gistcellen blijft liggen. Die cellen breken langzaam af en geven textuur af: die broodachtige toon van brioche en toast, en vooral een fijnere, beter opgenomen mousse. Kort op de gist en je krijgt bubbels die naast de wijn staan. Langer en ze gaan er deel van uitmaken.

De blend schoof ook iets op, van 70 om 30 naar 75 procent pinot noir tegen 25 procent pinot noir précoce. Précoce is een vroegrijpende mutatie van pinot noir, handig in een klimaat waar de herfst niet altijd meewerkt. Het aandeel ging omlaag, wat suggereert dat de gewone pinot noir in 2024 rijp genoeg werd om het werk te doen.

Proefnotitie

Proefnotitie

Uiterlijk

Koperroze, met een krachtige mousse die zich fijn en aanhoudend gedraagt.

Neus

Rijpe kers voorop, daarnaast framboos en aardbei. Eronder een duidelijke kruidigheid die richting rozemarijn en tijm trekt. Verder boter, een zuivelige toon tussen crème en yoghurt in, en een klein tikje brioche en toast. Niet overdadig, precies genoeg om te merken dat de wijn ergens gelegen heeft.

Mond

Romig, en dat geldt net zo goed voor de mousse zelf. Rood fruit en citrus houden elkaar in evenwicht, met een lichte bitter aan de rand die de boel scherp houdt. De gistrijping zit hier duidelijker in dan vorig jaar, zonder dat het brood het fruit overneemt.

Afdronk

Fris en netjes van lengte, met dat bittertje dat blijft plakken.

Waardering

Waar de 2023 vooral leuk was, is dit een fles die klopt. De integratie van de mousse maakt het verschil, en die dank je aan die twee extra maanden.

Een rotjaar dat je niet terugproeft

2024 was een slechter groeiseizoen dan 2023. In het glas merk je daar weinig van.

Het najaar van 2023 was al nat, bijna 140 millimeter boven gemiddeld, en in 2024 bleef het doorregenen met nog eens bijna 200 millimeter bovenop het jaargemiddelde. De milde winter en het nog mildere voorjaar zetten de knoppen veel te vroeg aan het werk, waarna op 23 april lichte vorst over de wijngaard trok. Die hebben ze met vuurpotten grotendeels kunnen afweren. In juni zorgde koud en winderig weer voor misbloei, en vanaf juli lag de ziektedruk door de aanhoudende regen hoger dan normaal. Er is geplukt op 7 september en 5 oktober, en de oogst duurde door de regen tot bijna eind oktober.

Dat de wijn er beter uitkomt dan zijn voorganger zegt dus niet zoveel over het jaar. Het zegt iets over wat je erna doet met een gezonde partij druiven.

Nog steeds een Duitse kelder

Wat niet veranderde: de tweede gisting gebeurde opnieuw niet in Zeeland. Net als bij de eerste jaargang ging de wijn naar Schaufelberger Sekt in Brauneberg aan de Moezel, een Sektmanufaktur die de méthode traditionnelle verzorgt voor kleine producenten.

Op het etiket staat “gebotteld in het zilte Zeeland”. Dat blijft een wat royale formulering voor een wijn die zeshonderd kilometer landinwaarts op fles kwam. Voor een tweede jaargang is dat nog steeds verdedigbaar, want een eigen mousserende kelder inrichten kost een vermogen en de meeste Nederlandse makers doen precies hetzelfde. Maar wie deze fles koopt omdat hij Zeeuws vakmanschap in het glas wil, koopt Zeeuwse druiven en Duits vakmanschap.

Achtentwintig euro, voor de tweede keer

De prijs bleef staan op €28 terwijl de wijn beter werd. Dat is het hele oordeel in één zin. Voor hetzelfde bedrag als vorig jaar krijg je nu een fles waarvan de mousse klopt, en dat maakt het gevecht met Domein Holset of een instap-crémant een stuk minder ongelijk dan bij de 2023. Complexiteit wint hij nog niet. Daarvoor zijn de stokken te jong, want volle productie komt pas rond 2027.

Wel is €28 bijna het dubbele van de stille witte wijnen van hetzelfde domein, die op €17,50 staan. Wie De Boe wil leren kennen begint daar goedkoper.

Twee kanttekeningen. De restsuiker ligt op 10 gram per liter, tegen de bovengrens van wat brut mag zijn. De wijn komt fris over en dat suiker valt niet op als zoet, maar het doet wel werk: het vult de nog jonge zuren op. Zet daar een brut nature naast, zonder dosage, en je proeft waar de rondheid vandaan komt.

En de oplage. 241 dozen, dus 2.892 flessen. Dat is geen wijn waar je een gewoonte van bouwt. Wil je hem, dan bestel je hem nu, want de Blanc de blancs Brut 2024 die er sinds kort naast staat voor €30 zal een deel van dezelfde kopers wegtrekken.

Elf maanden deden dit, dus ik wil weten wat veertien maanden doen.

Wijngegevens

Producent
Wijndomein De Boe
Wijn
Rosé Brut 2024
Regio
Walcheren, Zeeland
Druiven
75% Pinot Noir, 25% Pinot Noir Précoce
Methode
Traditionele methode, 11 maanden op de gist
Alcohol
12,4%
Restsuiker
10 g/l
Oplage
241 dozen (2.892 flessen)
Prijs
€28

Bronnen