Zeeland is geen voor de hand liggende plek voor een wijngaard. In een land waar de buren vooral aardappels, bieten en uien telen, plant Bruno Suter sinds 2021 wijnstokken op Walcheren. Dat is precies wat het interessant maakt.
Suter komt zelf niet uit Zeeland. Hij koos het terrein om twee redenen: het milde microklimaat van het schiereiland en twee verschillende bodemtypes op één perceel. Hij begon met drie hectare in 2021, plantte er een bij in 2022 en groeide naar vijf hectare in 2023, rond een voormalige fruitboomgaard tussen Middelburg en Vlissingen.
Twee bodems, hetzelfde druif
Het perceel heeft twee gezichten. De westkant is wit zand op vijftien tot dertig centimeter onder een lichte leemlaag, de oostkant diepe klei tot oude blauwe zeeklei. De meeste rassen staan op allebei.
In 2024 had Suter voor het eerst genoeg Pinot Gris om de twee apart te vinifiëren. Zelfde gist, zelfde temperatuur, alleen de bodem verschilde. Het zand gaf een lichtere, aromatischere wijn, de klei een ingetogen neus met een voller, troebeler mondgevoel. Het cliché klopt dus, althans op zijn perceel. Eerlijk is eerlijk: in de fles blijven de twee voorlopig samengevoegd, want een aparte “zand” en “klei” naast een gewone Pinot Gris zou de klant vooral verwarren.
Risicospreiding in tien-plus rassen
Suter werkt met meer dan tien rassen. Klassiek staan er Chardonnay, Pinot Gris, Auxerrois, Pinot Noir, Pinot Blanc, Pinot Précoce, Trousseau en de Jura-druif Savagnin. Daarnaast schimmelresistente PiWi’s als Souvignier Gris, Cabernet Blanc, Muscaris, Solaris en Voltis. Geen ideologisch statement, maar een praktische keuze in een nat klimaat.
De diversiteit dient een hard doel: risicospreiding. Toen juni 2024 koud en winderig uitviel tijdens de bloei, verloren sommige rassen zwaar, terwijl andere net voor of na het slechte weer bloeiden en gespaard bleven. Dat tweede productiejaar leverde uiteindelijk 65 procent van het theoretische volume op, zo’n 15.000 flessen. De redding zat niet in betere wijnbouw, zei Suter zelf, maar in de plantkeuze.
In het glas
De stille wijnen van 2024 maakte Suter bewust als monocépage, om te zien hoe elke druif alleen presteert. De Chardonnay leunt richting Chablis, niet richting de boterige Côte de Beaune: 65 procent op gebruikt Bourgogne-eik voor micro-oxidatie zonder houttoetsen, met een zilte vinger van de zeebries die twee kilometer verderop begint. De Savagnin is zijn minst toegankelijke wijn, en dat geeft hij ruiterlijk toe. Honderd procent staal, een Walcherse draai op de Jura, net niet oxidatief gehouden.
De mousserende wijnen laat hij maken bij Schaufelberger Sekt in Brauneberg aan de Moezel, een Sektmanufaktur die op méthode traditionnelle voor zo’n 250 huizen werkt. Een toegankelijke Blanc de Blancs op Chardonnay, een rosé op Pinot Noir en Pinot Précoce, en een laagdrempeliger cuvée op Souvignier Gris en Muscaris.
De moeite van het volgen waard
De ranken zijn jong en volle productie wordt pas verwacht in 2027 of 2028, dus het bodemverschil is nog niet in elke fles even duidelijk. Maar er zit nu al structuur in die je bij een domein van een paar jaar oud niet verwacht. Suter kiest een korfpers boven een pneumatische: minder rendement, schoner sap, en je ziet wat je doet. Dat tekent de aanpak.
Ik volg De Boe sinds het begin. Op zaterdag zijn er rondleidingen met een terras erbij, en de wijnen gaan via de webshop op het domein. Naarmate de ranken ouder worden, wordt dit alleen maar interessanter.
Het hele verhaal hoor je in twee afleveringen van Sparks: aflevering 16 met Bruno Suter over droogte, bodems en de Savagnin, en aflevering 17 met Jochen Schaufelberger over de mousserende wijnen.