Een Oostenrijker op een uitgedoofde Hongaarse vulkaan; dat is de korte versie van het verhaal van Oliver Weingartner. De langere versie gaat over basalt, Juhfark en het idee dat je de natuur grotendeels haar gang moet laten gaan. Hongaarse edelen geloofden ooit dat wijnen van Somló vruchtbaarheid bevorderden. Weingartner heeft twee kinderen, maar laat de wetenschappelijke verificatie graag aan anderen over.
Het vulkanische canvas van Somló
Veertig kilometer van het Balatonmeer ligt Somló, een uitgedoofde vulkaan in West-Hongarije. Op de hellingen liggen vier hectare biologisch beheerde wijngaarden van Weingartner. De basaltrijke bodem maakt wijnen zo mineraalgedreven dat Oliver erom grapt; “Na vijf jaar neemt het terroir alles over; je proeft niet eens meer welke druivensoort je drinkt.”

Dat vulkanische fundament, oude basaltbrokken verspreid over de hellingen, geeft elke wijn een herkenbare zoutigheid en mineraliteit. Historisch was Somló naast Tokaj een van slechts twee Hongaarse regio’s die mocht exporteren naar Frankrijk en Engeland. Hoog zuur en stevig alcoholpercentage maakten de wijnen lang houdbaar onderweg.
Een natuurfilosofie; “luie wijnmaking”
Weingartner noemt zijn aanpak speels “luie wijnmaking”; de natuur doet het werk. “We hoeven geen gistculturen of toevoegingen te gebruiken,” zegt hij. “De natuur werkt alleen.” Spontane gisting op inheemse gisten, zwavel pas bij het bottelen.

Diezelfde houding bepaalt zijn wijngaardbeheer; biologisch werken met als doel “100% gezonde druiven”. Door zijn energie in de wijngaard te steken in plaats van in kelderingrepen, krijgen de wijnen ruimte om hun vulkanische herkomst te tonen.
Inheemse druiven; Juhfark en Furmint
Weingartner werkt vooral met inheemse Hongaarse rassen, met Juhfark voorop; letterlijk “schapenstaart” in het Hongaars, genoemd naar de gebogen vorm van de trossen bij rijpheid. Het ras is exclusief voor Somló en lastig in de kelder; de gisting stopt en herstart meerdere keren, wat complexe geroosterde tonen oplevert.

Zijn Furmint, Hongarije’s bekendste witte druif, gedraagt zich anders op Somló’s gemengde klei- en bruine bosgronden dan op de zuivere basaltkavels. Beide rassen rijpen goed op fles; ze ontwikkelen honingtonen zonder hun mineraal skelet te verliezen.
Van wijngaard naar kelder
De kelder volgt dezelfde minimalistische lijn. Hele trossen drie uur lang voorzichtig persen in een pneumatische pers, één nacht bezinken, daarna spontane gisting in roestvrij staal. Daarna gaan de wijnen op een mix van eikenhouten vaten en poreuze tanks uit Australië en de VS.

Acht tot tien maanden rust op fijne droesem, helder zonder filtratie. Dat lange droesemcontact in combinatie met Somló’s strakke zuren en mineraliteit levert wijnen op die je beter aan tafel zet voor een lang gesprek dan voor een snelle borrel.
Waarom Weingartner ertoe doet
Weingartner is een Oostenrijker die met Oostenrijkse precisie aan Hongaarse vulkanische druiven werkt; juist die buitenstaanderspositie maakt zijn wijnen interessant. De Juhfark en Furmint van Somló stonden lang in de schaduw van Tokaj, en wijnmakers als hij brengen die druiven terug op de internationale kaart. Wie wil proeven wat basalt met een glas wijn doet, zit hier goed.

Bestel deze wijnen bij MAG wijnen: magwijnen.nl/weingartner
Meer over Wijnmaker
Retsina herontdekt: de wetenschap achter de wijnen van 1979
Een Griekse scheikundig ingenieur behandelt het dennenbos als wijngaard en ontdekt waarom retsina reimagined the science behind 1979 wines zo revolutionair.
Lees verder →Enrico Rivetto: biodiversiteit, Barolo en eigen spelregels
Wat gebeurt er als een vierde generatie Barolo-producent alles anders wil doen? Enrico Rivetto plantte duizend bomen en maakt wijnen die twee keer door de DOC.
Lees verder →Gusbourne: Engels mousserende wijn op wereldniveau
Waarom wint Engels mousserende wijn steeds vaker vergelijkingen met champagne? Gusbourne's Fifty One Degrees North werd uitgeroepen tot 's werelds nummer twee.
Lees verder →