In dit artikelHet vulkanische canvas van Somló

← Home·Veldnotitie·Wijnmaker·4 min lezen·

Oliver Weingartner op vulkanisch Somló

Oliver Weingartner maakt natuurwijn op de uitgedoofde vulkaan Somló in Hongarije. Over basalt, Juhfark en Furmint, en waarom je die wijn laat liggen.

Jeroen Vonk
Jeroen VonkWSET Level 3 · CIVC Level 4
Oliver Weingartner: Hongarije's vulkanische wijnvisionair, winemaker

Somló kende ik niet, tot MAG Wijnen me twee flessen van Oliver Weingartner stuurde. Hij bewerkt vier hectare op een uitgedoofde vulkaan in West-Hongarije en maakt er droge natuurwijn. Voor Sparks aflevering 11 proefde ik met hem zijn Juhfark 2022 en Furmint 2022. Hieronder wat hij vertelde en wat ik proefde.

Het vulkanische canvas van Somló

Somló ligt veertig kilometer van het Balatonmeer. Op de hele heuvel ligt basalt, en daar komt volgens Oliver de zoutigheid en mineraliteit van de wijnen vandaan. Hij gaat nog een stap verder. “After five years the terroir takes everything over”, zegt hij; soms proef je dan niet meer welke druif je drinkt, alleen nog Somló.

Twee flessen Weingartner Oliver Juhfark en Furmint met glazen amberkleurige wijn

Eeuwen geleden waren Tokaj en Somló de enige Hongaarse regio’s die naar Frankrijk en Engeland exporteerden. Tokaj kon dat dankzij de suiker van zijn zoete wijnen, Somló dankzij hoog zuur en hoge alcohol, die de wijn de lange reis met paard en wagen lieten doorstaan. Er gaat ook een legende rond dat een Franse prinses Somló dronk omdat zwanger worden er makkelijker van zou gaan. Oliver heeft zelf twee kinderen en zegt lachend dat het werkt.

Een natuurfilosofie: “luie wijnmaking”

Natuurwijn maken is volgens Oliver iets voor luie wijnmakers. Hij hoeft geen starters of andere middelen te kopen; “the nature is working alone”, zegt hij. De gisting is spontaan en zwavel komt er pas bij het bottelen bij.

Fles Weingartner Oliver Furmint naast glas troebele amberkleurige wijn

Die luiheid geldt alleen voor de kelder. Oliver noemt zichzelf eerder een wijngaardman dan een keldermens en steekt al zijn energie in de wijngaard, met als doel honderd procent gezonde druiven. Naast zijn eigen percelen adviseert hij andere biologische wijnbedrijven en koopt hij daar druiven in. Samen is dat zo’n 24.000 flessen per jaar.

Inheemse druiven: Juhfark en Furmint

Oliver maakt twee soorten wijn, met elk een eigen etiket: klassieke Somló-wijnen van onder meer Furmint, Juhfark en Olaszrizling, en een lijn die hij zelf “hipster” noemt, met oranje wijn en pet-nat. Juhfark betekent schapenstaart in het Hongaars. Volgens Oliver krijgen de trossen tegen de rijpheid een kromming die daarop lijkt. In Hongarije heeft elke regio zo’n eigen druif, en Juhfark hoort bij Somló.

Fles Weingartner Oliver Juhfark naast glas amberkleurige wijn op aanrecht

De Juhfark 2022 is medium goudgeel. Ik rook veel appel en perensap, meloen en verse kruiden als peterselie en basilicum. In de mond is hij zoutig zonder dat het te veel wordt, met gedroogd fruit van de flesrijping, rond en complex, met een lange afdronk. Volgens Oliver is Juhfark lastig in de kelder: in deze jaargang viel de gisting na drie weken stil met veel restsuiker en kwam ze drie, vier keer opnieuw op gang. Daar komt volgens hem de geroosterde toon vandaan.

De Furmint 2022 is typisch Furmint in de neus, maar met veel structuur en vol van body. Ik proefde iets kleiigs, zoals bij wijn van löss en kalk. Dat klopt, zei Oliver: dit perceel ligt niet op basalt maar op klei gemengd met bruine bosgrond. Het zuur is niet te hoog en de wijn is zacht, met gedroogde abrikoos, perzik, nectarine, wat kers en kruiden.

Van wijngaard naar kelder

Oliver perst hele trossen drie uur lang in een pneumatische pers. Het sap bezinkt één nacht en begint daarna spontaan te gisten in roestvrij staal. Na zo’n twee weken, als de gisting bijna klaar is, gaan de wijnen naar vaten en naar poreuze tanks uit de VS en Australië. Die tanks zijn niet goedkoper, zegt hij, wel makkelijker om de kwaliteit te bewaken.

Hand houdt fles Weingartner Oliver Furmint schuin naast liggend glas wijn

Daar liggen de wijnen acht tot tien maanden op fijne droesem, tot de juli na de volgende oogst. In plaats van te filteren laat Oliver de droesem bezinken. Voor het bottelen geeft hij een deel terug, omdat de kleine dosis zwavel alleen de wijn niet genoeg beschermt. Somló-wijn is volgens hem geen feestwijn. Hij hoort op tafel, bij vrienden en een lang gesprek.

Wat schuurt

Oudere wijnmakers op de heuvel vinden dat je Somló vier of vijf jaar moet laten liggen. Oliver geeft toe dat bijna niemand dat doet: klanten kopen een fles en drinken hem de week erna, en ook hij moet verkopen om rond te komen. Vanaf de jaargang 2024 wil hij meer wijn langer vasthouden.

Het klimaat zit hem dwars. Het alcoholpercentage is volgens hem “not the lowest”, al denkt hij dat deze wijn onder de natuurwijnen op de heuvel juist de laagste heeft. In 2024 begon de oogst half augustus, zo’n twee maanden vroeger dan tien jaar geleden, en twee weken voor de pluk moest hij druiven wegknippen om de stokken te redden.

Wat ik proefde, koop je niet meer: de 2022’s zijn uitverkocht. En ik proefde van elke wijn één fles. De Juhfark had Oliver zelf vier, vijf maanden niet geproefd, en natuurwijn verandert snel.

Hand houdt fles Weingartner Oliver Juhfark schuin naast liggend glas wijn

De volgende jaargang ging net naar MAG Wijnen: magwijnen.nl

Bronnen